Naast de officiële definitie van de Europese Commissie bestaan er tal van bepalingen van franchise. De rode draad doorheen al deze bepalingen zijn ideeën als commercieel succes, knowhow, gedeelde winst, onafhankelijkheid van de partijen, samenwerking, partners, netwerken en ten slotte het samen zoeken naar winsten.

Franchising is een samenwerkingsmethode tussen twee onafhankelijke partners, waarbij de eerste, de franchisegever genoemd, aan de andere, de franchisenemer, mits betaling en onder welbepaalde voorwaarden een commerciële formule of productiesysteem dat hij op punt gesteld heeft en dat zijn bewijzen geleverd heeft, ter beschikking stelt.

Verschillende toepassingsdomeinen

Franchising is van toepassing in praktisch alle domeinen en bijna alle sectoren van de economie worden bij dit systeem betrokken. Het is geen doel op zich: slechts die ondernemingen die het systeem eerst en vooral als een ontwikkelingsstrategie beschouwen kennen succes. Om dezelfde redenen zullen alleen de zelfstandigen slagen in franchising, zijdie franchising beschouwen als een kader waarbinnen hun ondernemingsproject met kracht tot uiting kan komen en niet als een schuilplaats voor hun eigen zwakheden of als verzekering tegen risico’s.

Enkele jaren geleden vond men franchising hoofdzakelijk terug in de verkoopsector van voedingsmiddelen, doe-het-zelf systemen en de Horeca. Momenteel kent de dienstensector (aan personen en ondernemingen) een spectaculaire groei.

Soorten franchise

Franchising wordt onderverdeeld in vier grote groepen:

1. Productiefranchising

Bij dit soort samenwerking is het de franchisegever die zijn goederen produceert en verkoopt via zijn franchisenetwerk. De franchisenemers krijgen vaak verbod om andere zaken te verkopen omdat het basisconcept van de marketing het fabrieksmerk is. Het komt nochtans voor dat bij de Productiefranchising bepaalde bijkomende producten mogen gecommercialiseerd worden in de verkooppunten. De meest bekende productiesectoren zijn pralines, textiel, parfum en broodbakkerijen.

2. Distributiefranchising

De franchisegever verdeelt producten via verkooppunten van franchisenemer. Hij speelt ofwel de rol van aankoopcentrale en biedt dan aan zijn franchisenemers het voordeel te fungeren als centrale stock; ofwel beperkt hij zich tot een referentiecentrale en biedt hij hen een lijst aan van producten en/of erkende leveranciers. In beide gevallen berust de knowhow van de franchisegever op het bekomen van betere aankoopvoorwaarden, betere bevoorradingsvoorwaarden en de organisatie van het verkooppunt. Dit is het franchisesysteem dat traditioneel voorkomt in de distributiesector van voeding, doe-het-zelf, boekhandel en, sedert kort, van bloemen, telecommunicatie en informatica.

3. Dienstenfranchising

Hier bestaat franchising uit het aanbieden van een zeker aantal diensten volgens de methodes en de instructies vastgelegd door de franchisegever. Deze franchisenemers zijn, in bepaalde gevallen, afgestemd op de levering van producten. Dit is het geval in de fast- food, hotelketens, reiniging- en onderhoudsdiensten. Anderen gaan niet gepaard met de levering van producten. Voorbeelden hiervan zijn de netwerken van: car-wash, wasautomaten, Interim-burelen, diensten aan oudere personen. De laatste vijf jaar kent dit soort franchise een enorme groei.

4. Industriële franchising

Het betreft hier een minder gangbare vorm van franchising, die aan de franchisenemer toelaat zijn eigen industriële productie-eenheid te openen volgens de technieken, het lastenkohier voor de uitrusting en de procedures bepaalt door de franchisegever. De franchisenemer verzekert de productie, de distributie en het commercialiseren van de producten op het grondgebied dat hem werd toegekend.

 

Klik hier om de website van de Belgische Franchise Federatie te bezoeken