Homepage / Al het nieuws / Neemt België eindelijk afscheid van de solden en sperperiodes?
PresseNeemt België eindelijk afscheid van de solden en sperperiodes?
RETAIL – In enkele recente arresten van de Raad van State bekomen drie modeketens van de Raad van State de vernietiging van administratieve geldboetes van respectievelijk 48.000,00 EUR, 24.000,00 EUR en 1.500,00 EUR voor het online/offline gebruik van het woord ‘solden’ (of gelijkwaardige benamingen zoals ‘sale’), buiten (of kort voor) de wettelijke soldenperiodes.
Door deze beslissing komt de Belgische ‘soldenwet’ (boek VI Wetboek Economisch Recht) onder druk te staan.
Drie administratieve boetes uitgeschreven door de FOD ECONOMIE, werden door de modeketens aangevochten bij de Raad van State. De Raad van State mag deze beslissing tot het opleggen van een administratieve boete toetsen aan de ‘hogere norm’.
De administratieve boete is gebaseerd op een overtreding van artikel VI.25, §1 WER, maar de Raad van State toetst de boete rechtstreeks aan de Europese Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken van 2005 die door het Wetboek Economisch Recht wordt omgezet. Hierdoor omzeilt de Raad van State echter de Belgische wet, die de Raad van State immers niet kan toetsen. Finaal is immers niet de administratieve sanctie in strijd met de Richtlijn maar slechts met artikel VI.25 Wetboek Economisch Recht zelf.
De Belgische ‘soldenwet’, staat al geruime tijd ter discussie.
De soldenperiode is een typisch traditioneel Belgisch fenomeen dat een strengere regeling oplegt inzake bepaalde prijsverminderingen dan voorzien in de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken, die nochtans een volledige harmonisatie vooropstelt. Het is voor ondernemingen namelijk verboden om de woorden ‘opruimingen’, ‘solden’, ‘soldes’ of ‘Schlussverkauf’ te afficheren, buiten de gekende soldenperiodes (1-31 juli en 1-31 januari).
Op een steeds internationaler geworden (online/offline) retailmarkt is het voor ondernemingen verleidelijk geworden om bij de aanduiding van een prijsvermindering (ook buiten de soldenperiodes om) het woord ‘SALES’ te gaan gebruiken. Eerdere Belgische rechtspraak heeft dit al expliciet uitgesloten omdat ‘SALES’ de letterlijke vertaling is van de termen ‘solden’, ‘soldes’ of ‘Schlussverkauf’, die door artikel VI.25, §1 WER dus zijn voorbehouden voor de specifiek soldenperiodes.
In 2012 werd al geoordeeld door het Hof van Cassatie dat de toenmalige (gelijkaardige) soldenregeling, de ‘consumentenbelangen’ verdedigt en dus onder het toepassingsgebied van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken valt (na een analyse in die zin door het Europese Hof van Justitie). Nu de geboden ‘consumentenbescherming’ verder gaat dan de volledige harmonisatie uit de Richtlijn, was de wet dus in strijd met de Richtlijn en moest dus ter zijde worden geschoven.
De Belgische wetgever heeft daar toen eenvoudig een mouw aan gepast door eenvoudig te stellen in artikel VI.25 WER dat de solden en sperperiode er niet zijn om de consumenten te beschermen, maar om de eerlijke handelspraktijken tussen ondernemingen te verzekeren en zo de regeling rond de solden uit de toepassingssfeer van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken te trekken.
De Raad van State lijkt deze redenering van de wetgever nu naast zicht neer te leggen door de administratieve sanctie toch rechtstreeks te toetsen aan de Richtlijn en dus toch als een ‘bescherming van de consument’ te zien, eerder dan als een bescherming van (kleinere) retailers ten opzichte van concurrenten.
Of de vernietiging van de administratieve boetes in deze specifieke gevallen onmiddellijk zal leiden tot een aanpassing van de wet is zeer de vraag, maar het is niet uitgesloten dat de Economische Inspectie de toepassing van artikel VI.25, §1 WER in de toekomst niet of minder strikt zal toepassen. Het eventuele gevolg hiervan is dat ondernemingen dus het hele jaar door prijsverminderingen kunnen aanduiden als ‘solden’ of ‘sales’, waardoor de traditioneel herkenbare en afgelijnde soldenperiodes (en de voorafgaande verplichte ‘sperperiodes’) zullen vervagen.
Belangrijk voor zowel ondernemingen als consumenten: zorg dat prijzen en eventuele kortingen nog steeds correct gebeuren (kortingen mogen enkele gegeven worden ten opzichte van de laagst aangeboden prijs gedurende de 30 dagen voordien), zodat de consument niet misleid wordt.
Bron: Racine/ Stijn Claeys